Trillingen

De term "trilling" is gebruikelijk om periodieke of aperiodieke schommelingen van of in elastische media aan te duiden.
De trilling kan harmonisch zijn, zoals die van een aangeslagen stemvork, maar ze kan ook complexer zijn, zoals die van een trillende plaat.
Indien door het aanslaan van een stemvork de omgevende luchtmoleculen aan het trillen worden gebracht in het frequetiegebied tussen 20 Hz en 20.000 Hz, dan spreekt men van "geluidstrillingen" of kortweg "geluid".
Het is evenwel gebruikelijk het woord "trilling" te gebruiken bij de beschrijving van trillingsafstraling van gehele of van constructiedelen van machines, bruggen, schepen, ...
De belangrijkste mechanische trillingen liggen in het frequentiegebied van 1 tot 1000 Hz.
(overeenstemmend met rotatiesnelheden van 60 tot 60.000 omwentelingen per minuut)
In speciale gevallen kunnen lagere of hogere frequenties beduidend zijn.
Zo hebben bij seismologisch onderzoek trillingen tot fracties van 1Hz hun belang.
Bij het ontwerpen van luidsprekers dienen de trillingen van de membranen tot 20.000 Hz bestudeerd te worden.
Trillingsproblemen komen zo vaak voor en zijn van zo uiteenlopende aard dat ze moeilijk afzonderlijk behandeld kunnen worden.
Daarom worden ze vaak als deel van een globaal akoestisch probleem onderzocht.